|
Klik hier voor het nieuwsbericht van het Eindhovens Dagblad
Onze beheerder Mari de Bijl van de aan de Strabrechtse Heide grenzende Herbertusbossen doet verslag van deze ramp:
2 juli 2010, een historische dag
Omdat het getroffen gebied onder mijn collega’s van Staatsbosbeheer en de gemeente Someren valt, heb ik bij deze ecologische ramp vanaf de zijlijn toegekeken. Pas op zaterdagochtend durfde ik het aan om de heide fietsend te bezoeken. De zware rookwolken, gevoed door het soms nog hoog oplaaiende vuur gingen richting de Somerense Weg. De wind was enigszins gedraaid ten opzichte van de dag tevoren, de nu al historische 2e juli 2010. Enkele ontheemde hazen liepen voor me over het pad. Geelgorzen zongen hun lied, zich kennelijk niet bewust van het drama even verderop. Een groepje verdwaalde schapen werd door de herder met hulp van zijn honden opgeladen en afgevoerd.
Konijnen in het hele afgebrande gebied zullen dekking hebben gezocht in hun holen en door hitte en zuurstofgebrek zijn gestorven. Dat geldt natuurlijk ook voor vossen, bunzingen en wezels. Jonge dieren zijn en masse gesneuveld. Duiven, sperwers en haviken hebben nu grote jongen op het nest, om van al die kleine broedvogeltjes maar te zwijgen. Het vuur joeg als een bezetene door het bos, alles opvretend. Reekalfjes waren overal door hun moeder in dekking gelegd om predatie te voorkomen. Maar de predator vuur kent geen genade. Wolken van de hier niet zeldzame phegeavlinder zijn zo hun einde in gedwarreld. Opgeslokt. Waar het alles verzengende vuur de laagtes heeft verteerd, zijn ook de knoopmieren verdwenen. Kwetsbare samenlevingen van klokjesgentiaan, gentiaanblauwtje en deze mieren zijn voor tientallen jaren vernield. De vuistgrote mierenvolkjes die de larfjes van het gentiaanblauwtje in hun nest gastvrijheid verlenen, verplaatsen zich normaal maar een paar meter per jaar. Zonder deze mieren hebben we straks ook geen vlindertjes.
Op deze ochtend wordt er door zwartberoete brandweermensen in zwartberoete brandweerwagens water getankt bij een brandkraan. ‘Nee, de brand is nog niet onder controle. Nee, je hoeft thuis geen vuurzweep te halen om mee te helpen.’ Een zwartberoete giertank wacht tot hij vol is. Verderop slaan brandweerlui met vuurzwepen er op los. Het vuur spartelt tegen. Ondergronds blijft het nog dagen, zo niet weken actief, wachtend op een windvlaag, als een slapend monster.
Een dag eerder op weg naar huis in de file, ontstaan door de afsluiting van de A67, zet ik Omroep Brabant aan. Al vanaf Oirschot verbaas ik me over de verplaatsing van de rookkolom bij elke flauwe bocht in de weg. Na het nieuws over de brand kondigt een weervrouw nog meer mooie dagen aan. En het zou ook best wel eens kunnen dat het onweer Oost Brabant niet bereikt. Hoera! Het wordt gebracht alsof het een vreugdetijding is. Het is de hele dag al 36 graden geweest en zo droog dat zelfs een stofwolk het water nog op zou zoeken. De bomen om me heen laten de eerste bladeren al vallen om minder te verdampen en zo niet uit te drogen. En de weermensen maar juichen bij dit mooie weer. Misschien moesten ze maar eens een dagje mee gaan blussen op de heide.
Mari de Bijl

|