De Steenuil (Athene noctua)
De Steenuil is met een lengte van 21 tot 23 cm de kleinste uil van ons land. Zijn verenkleed is aan de bovenzijde bruin met lichte vlekken en aan de onderzijde wit met donkere strepen. Kenmerkend zijn de ogen met de gele iris met daarboven de opvallende witte oogstreep. Meestal zien we hem rechtop zittend op de uitkijk. Bij verstoring zal hij een nerveus wippend gedrag vertonen.
De Steenuil is zeer luidruchtig. In de baltsperiode (begin februari tot midden april) laat het mannetje ‘s avonds met tussenpozen van 3 tot 5 seconden een langgerekt ‘gooehk’ horen. Behalve om een vrouwtje te lokken dient dit om het territorium af te bakenen. De lokroep van het vrouwtje is een zacht ‘schrie’. Daarnaast kent de Steenuil een waarschuwingsroep ‘kwiejoe’ en maakt het ook wel ‘koewiet’ of blaffende ‘kef’ geluiden.
Steenuilpaartjes blijven elkaar en hun broedplaats vaak trouw voor het leven. De Steenuil heeft meestal één broedsel van 3 tot 5 (soms 6 of 7) eieren per jaar. Het vrouwtje broedt de eieren in ongeveer 4 weken uit terwijl het mannetje haar van voedsel voorziet. De jongen verlaten na ongeveer 4 weken de nestplaats, vaak zonder al volledig te kunnen vliegen. Hierna worden ze nog 5 weken door de ouders verzorgd. Daarna zoeken ze een eigen plek, meestal binnen een straal van 10 kilometer. Een Steenuil kan wel 15 jaar oud worden.
Het voedsel van de Steenuil bestaat uit muizen, grote insecten (kevers, sprinkhanen, vlinders) en regenwormen, maar ook kikkers, mollen en kleine vogels staan op het menu. Onverteerde voedseldelen verlaten als kleine braakballetjes het lichaam.
De Steenuil wordt vooral aangetroffen in kleinschalige agrarische gebieden in de buurt van vrijstaande boerderijen en aan dorpsranden. Als jachtgebied dienen extensief beheerde graslanden en weitjes, maar ook dijken en bermen. Belangrijke elementen in zo’n gebied zijn verder houtwallen, knotwilgen en hoogstamfruitbomen. De Steenuil nestelt in holten van oude fruitbomen en knotwilgen of zoekt een rustig hoekje in een oud gebouw, stal of schuurtje. Indien deze ‘natuurlijke’ nestgelegenheden ontbreken kan dit verholpen worden door het plaatsen van een nestkast.
Veranderingen in de landbouw hebben tot gevolg gehad dat deze grootschaliger en intensiever is geworden. Veel landschapselementen zijn verdwenen en oude schuurtjes zijn gesloopt. Hierdoor is zowel de nestgelegenheid als de variatie in het voedselaanbod sterk teruggelopen. Daarnaast zorgt verkeer voor veel slachtoffers. Dit alles heeft tot gevolg gehad dat het aantal Steenuilen sterk is afgenomen, sinds 1960 zelfs met meer dan 50%. Volgens de landelijke cijfers zijn er nu nog tussen de 5500 en 6500 broedparen in Nederland.
Voor meer informatie kijk op: