Muurrouwzwever

Op zondag zeven juni stond ik in de tuin. Het was prachtig weer en er vloog een donker insect langs me heen waarvan ik in eerste instantie dacht dat het een nachtvlindertje was. Toen het dier op de muur was geland zag ik dat het een forse vlieg was met zwarte vleugels die als bij een deltavlieger op zijn lijf stonden. Ik stopte hem in een buisje en ging zoeken in mijn Tirion insectengids. 

De soorten die per groep in een algemene insectengids worden afgebeeld zijn maar een fractie van de geweldige soortenrijkdom aan insecten in ons land. Volgens de inleiding van de gids “worden alle belangrijke families behandeld, tenzij de insekten te klein zijn”, dat geeft dan weer moed. Mijn insect (moderne spelling) was niet te klein naar mijn mening, nu maar hopen dat hij tot een belangrijke familie behoorde!  

Bij de Vliegen en Muggen vond ik onder de familie Wolzwevers een plaatje van een soort die het wel eens zou kunnen zijn, met alleen een wetenschappelijke naam: Anthrax anthrax. Met deze naam kon ik verder zoeken op internet en daar wees alles erop dat ik de juiste naam had gevonden. Het intikken van het zoekargument Anthrax op internet leek me niet zonder gevaar:  was dat niet ook de naam voor miltvuur, de ziekte die door terroristen in de VS in poedervorm is verspreid via  brieven?

Voor je het weet sta je geregistreerd  in de database van een Amerikaanse inlichtingendienst. Gelukkig bleek op internet dat de voor terreurdoeleinden gebruikte ziekte anders wordt gespeld: Antrax zonder ‘h’, althans in het Nederlands. Anthrax is het Griekse woord voor houtskool, ons woord anthraciet is ervan afgeleid. Bij miltvuur verwijst het naar de zwarte zweren die deze ziekte veroorzaakt. Het tautonym (een wetenschappelijke naam waarbij genusnaam en soortnaam gelijk zijn) Anthrax anthrax , wil dus zoiets zeggen als ‘houtskoolachtig houtskool’.  

Minder gevaarlijk maar zeker zo mooi bleek de Nederlandse naam van mijn vlieg:  Muurrouwzwever. Hij zit op de muur, hij is zwart in de rouw en hij vliegt zwevend, kan het toepasselijker? Deze naam moet van recente datum zijn want mijn insectengids vermeldt hem niet. De muurrouwzwever parasiteert op solitaire bijen, met name metselbijen, en zo kwam hij in m’n tuin terecht. Ik inspecteerde mijn nietige bijenhotelletje dat ik ooit bij het biodiversiteitspakket van de gemeente Woudrichem had ontvangen, en warempel daar zat er nog een tweede exemplaar, waarschijnlijk net uit de pop gekropen.

Een veel voorkomende soort in bijenhotels is de Rosse metselbij die een rijtje kamertjes maakt in bijvoorbeeld een bamboestengel. In ieder kamertje legt hij een ei met een stuifmeelvoorraad. De kamertjes worden afgesloten met een kleiwandje (vandaar metselbij). De muurrouwzwever zit op de loer bij een broedgang waar de metselbij aan het werk is en stopt zijn eitje in een broedkamertje. De larve van de muurrouwzwever wacht tot de metselbij-larve zich maximaal heeft ontwikkeld en kruipt bij de zich inspinnende bijenlarve in de cocon. De bijenlarve wordt geheel opgegeten en de rouwzweverlarve verpopt zich in het volgend voorjaar, boort zich naar buiten en vliegt uit.

Tegen sluipwespen verweert de metselbij zich heel slim door het voorste kamertje in de buis leeg te laten. Een met haar lange legbuis zoekend/borend sluipwespvrouwtje vindt achter het eerste gemetselde ‘muurtje’ dus geen bijenlarve om haar eitje in te leggen. De muurrouwzwever pakt het beter aan, naar schatting 20-30% van de bijenlarven wordt geparasiteerd. Het mag duidelijk zijn wie hierdoor echt in de rouw is.     

Cookie policy

Brabants Landschap gebruikt cookies om bijvoorbeeld de website te verbeteren en te analyseren, voor social media en om ervoor te zorgen dat u relevante advertenties te zien krijgt. Als u meer wilt weten over deze cookies ga dan naar brabantslandschap.nl/cookie-policy. Bij akkoord op deze cookie policy geeft u Brabants Landschap toestemming voor het gebruik van optimale cookies op onze websites. Klik op “Instellingen aanpassen” om uw voorkeuren te wijzigen.

Cookies accepteren Instellingen aanpassen