Onrust

’t Is herfst, ’t is herfst, De hemel zit vol kraaien en de zon is bijna uit. Dit zong de Belgische clowneske bard Urbanus ooit in een oubollig liedje. Inderdaad, na wat heldere vorstdagen, pakken nu donkere wolken zich samen en de wind haalt aan. Herfst! De bomen bleven dit jaar opvallend lang getooid in prachtige kleuren omdat herfststormen uitbleven. 

Nu echter in de tweede helft van november toch de zwaartekracht, kou en wat u wenst aan oorzaken de bladeren heeft laten vallen, moet er actie komen. 

En ziedaar, mijn hele morgen wordt verstoord door het snerpende geluid van een bladblazer. De buurman laat zijn tuin winterklaar maken op professionele wijze. Onrust moet, hoe dan ook: als de wind het laat afweten dan gaan we toch zeker zelf wind maken?  En of de wind nou huilt of de bladblazer jankt, het is toch om het even? Dacht het niet. Jimmy Hendrix heeft toch niet voor niets poëtisch The wind cries Mary gezongen, hoeveel hij ook had met het blowen van leaves…

Ik stel me voor dat alle zonne-energie die in het bladerdek van de leilindes bij de buren dit jaar is vastgelegd, niet genoeg is om die verrekte bladblazer zijn uren vanmorgen te laten draaien om diezelfde bladeren weer op te ruimen. Het moet te berekenen zijn, maar laat maar zitten. Als de dinosauriërs bladblazers hadden gehad was er geen honderden metersdik pakket organisch materiaal in de diepten der aarde verzonken geraakt en waren er misschien geen fossiele brandstoffen geweest. Dan was de mens al veel eerder begonnen met de uitvinding van alternatieve ‘bladen’ om indirect of direct zonne-energie te oogsten. Wat denkt u van de gigantische bladen van windturbines en van de rechthoekige zwarte bladen die we zonnepanelen noemen. Als…, maar ja, as is verbrande turf, om nog maar een (sub)fossiele brandstof te noemen waar generaties zich in het verleden warm mee hebben gehouden. Het nieuwste ‘blad’ aan de duurzame energieboom hoorde ik zaterdag noemen: de Nissan LEAF. Niet slecht gekozen, deze naam voor het nieuwste type elektrische auto van de Aziatische autogigant. Maar het gaat niet direct om een blaadje dat vederlicht en duurzaam door onze straten dwarrelt. LEAF is een acronym dat staat voor Leading, Environmentally friendly, Affordable, Family car. Wat erop doelt dat we het hier hebben over een milieuvriendelijke, betaalbare gezinsauto die tot de top behoort. Probeer die maar eens van de weg te blazen! 

Het gejank bij de buren valt eindelijk stil, ik kijk uit het keukenraam naar de lavendel die ik afgelopen zaterdag na lang aandringen heb afgeknipt. Toch nog te vroeg blijkt nu. In een flits zie ik een grote nachtvlinder voorbij schieten. Hij herkent kennelijk de lavendel als voedselbron maar vindt geen enkele bloeiende bloem meer om zijn ‘reuzentong’ in te steken. Het spijt me verschrikkelijk dat het winterklaar-virus mij toch ook weer te pakken heeft genomen. De nachtvlinder schiet door, ik ren naar buiten maar ook het andere stuk van onze voortuin heeft hij snel gescand op oogstbare bloemen maar kennelijk niks gevonden (ik hoopte nog dat hij de laatste rozen zou zien…): weg dus. Naar die reuzentong heet ie wetenschappelijk Macroglossum stellatarum. Dat tweede stellatarum verwijst naar de plantenfamilie van de sterbladigen, waartoe de bekendste nectarplant van deze vlindersoort, de meekrap (Rubia tinctorum), behoort. Aan deze plant heeft hij de naam Meekrapvlinder te danken. Meekrap werd vroeger in ons land geteeld als grondstof voor rode kleurstoffen. Na de uitvinding van synthetische vervangers ging de teelt van dit gewas eind negentiende eeuw teloor. Tegenwoordig kennen we de Meekrapvlinder als Kolibrievlinder. Stilhangend voor een bloem, exact zoals zijn naamgenoot uit de vogelwereld doet, zuigt hij in een flits de nectar uit een bloem om vervolgens door te schieten naar een volgende bloem. Aan dit snelle heen en weer schieten dankt hij nog een derde, ook inmiddels in onbruik geraakte naam: Onrust. Eigenlijk typeert deze naam hem het beste. Zo schitterend de Kolibrievlinder is als hij vliegt met zijn oranje achtervleugels die naast het zwartwit bij zijn staart opflitsen tijdens zijn supersnelle vleugelslag, zo saai is ie als hij zit, wat zelden voorkomt. Vorig jaar zag ik een hele grote ‘mot’ zitten op een van de zandzakken van de loopgraaf bij het WO I parkje bij Fort Giessen (zie foto). Het duurde een tijdje voor ik door had dat het een Kolibrievlinder was. In zijn onrust zit zijn schoonheid.  Bij zoveel schoonheid schiet me een Psalm te binnen:

Hart, onrustig, vol van zorgen, vleugellam geslagen ziel, Hoop op God en wees geborgen. Hij verheft wie nederviel.       
Psalm 42 vs 7

Cookie policy

Brabants Landschap gebruikt cookies om bijvoorbeeld de website te verbeteren en te analyseren, voor social media en om ervoor te zorgen dat u relevante advertenties te zien krijgt. Als u meer wilt weten over deze cookies ga dan naar brabantslandschap.nl/cookie-policy. Bij akkoord op deze cookie policy geeft u Brabants Landschap toestemming voor het gebruik van optimale cookies op onze websites. Klik op “Instellingen aanpassen” om uw voorkeuren te wijzigen.

Cookies accepteren Instellingen aanpassen