Het Kannunikesven

We staan bij het roemruchte Kanunnikesven in de stadsrand van Eindhoven. Een langgerekt ven met een veenmoseiland erin. GH Jonker heeft net na de oorlog een schets van het ven gemaakt en de namen van de bijzondere planten er bij geschreven. 

Hij heeft van de planten zelfs een schetsje gemaakt, het is duidelijk, deze man wist waarover hij het had. Wij staan bij het ven in de hoop de veenbloembies te herontdekken. 

Floron had de vraag gedropt om ernaar te mogen zoeken. We hebben een aantal bekwame KNNV’ers gevraagd aan te haken en inventariseren meteen alle planten op het eiland en in het water eromheen. Nou ja, water. Waar je dertig jaar geleden met lieslaarzen door het water moest om droog op het eiland te komen volstaan nu een paar pantoffels. De waterstand is met deze zomers op zijn minst beroerd te noemen maar daalt al jaren en jaren waardoor het veenmoseiland al lang met de onderliggende bodem in contact staat. Het is geen drijvend eiland meer en dat heeft grote gevolgen. Er groeien vuilboom en berk op het eiland die het verankeren aan de ondergrond. Ze trekken het veenmoseiland als het ware naar beneden. Je zou er een enorm mes onderdoor moeten kunnen halen en dan, enorm belangrijk,  de waterstand herstellen.

We gaan al vele jaren met vrijwilligers het eiland op om de boompjes weg te zagen maar ze lopen daarna weer uit. Uittrekken is beter maar gaat in veel gevallen niet. Ook nu zien we de mensen aan de andere kant van het eiland niet door de drie meter hoge berken en vuilbomen. Hoe is het mogelijk dat ze het in zo’n zuur milieu zo goed doen. We gaan er dit najaar weer met vrijwilligers aan de slag. Ook kiemplanten van lariks en grove den komen overal op. We vinden drollen van de vos. De moerassprinkhaan op het eiland moet uitkijken niet in de webben van de wespspin te belanden. Joep roept een Latijnse naam naar Omar. Als wij vragen wat de Nederlandse naam van de plant is zegt hij lachend dat we niet zo’n moeilijke vragen moeten stellen. Het was trouwens de draadzegge. Vroeger groeide hier de Malaxis oftewel de veenmosorchis. Die is al jaren weg, evenals helaas, de veenbloembies en het veelarig wollegras. Niet meer teruggevonden ook vandaag. Hadden we eigenlijk ook niet verwacht.

Eenarig wollegras is nog wel te vinden evenals de veenbes oftewel de Kanunnikesbes, waar het ven haar naam aan dankt. De Katholieke geestelijken die het tot Kanunnik schopten droegen een habijt in de kleur van de bes. Vandaar. Ook de mattenbies en de kleine egelskop hebben we niet gevonden. De ronde zonnedauw staat nog overal op het eiland. Die was in 1949 zo algemeen dat hij toen niet eens is opgeschreven door dhr. Jonker, evenmin als het waterdrieblad en de wateraardbei. Feitelijk zou je kunnen zeggen dat de soorten die zeventig jaar geleden zeldzaam waren nu zijn verdwenen en dat de gangbare soorten van toen nu zeldzaam zijn. Alles draait om de kwantiteit en de kwaliteit van ons water. Het is er te weinig. Er zijn te veel negatieve effecten door onttrekking en klimaatverandering. De touwtjes waaraan we in ons beheer moeten kunnen trekken zijn in andere handen. De onze zijn daarmee gebonden. Dat is een schrijnende constatering en belooft weinig goeds voor de toekomst. Zeker met de klimaatverandering zoals die speelt. Het Kannunikesven is zijn glans verloren. Voorgoed?

Cookie policy

Brabants Landschap gebruikt cookies om bijvoorbeeld de website te verbeteren en te analyseren, voor social media en om ervoor te zorgen dat u relevante advertenties te zien krijgt. Als u meer wilt weten over deze cookies ga dan naar brabantslandschap.nl/cookie-policy. Bij akkoord op deze cookie policy geeft u Brabants Landschap toestemming voor het gebruik van optimale cookies op onze websites. Klik op “Instellingen aanpassen” om uw voorkeuren te wijzigen.

Cookies accepteren Instellingen aanpassen