Nieuws

Jaarlijks beschermen zo’n 1.200 vrijwilligers de Brabantse weidevogels en uilen. Samen met boeren en erfeigenaren wordt gewerkt aan broed- en voedselgelegenheid. De eerste balans over 2018 kan worden opgemaakt en laat een wisselend beeld zien bij de boerenlandvogels

De resultaten van het beschermingswerk worden geregistreerd in online invoerportalen. Vrijwilligers kunnen hun gegevens rechtsreeks in het veld tijdens het beschermen van een kievitsnest of het controleren van een kerkuilenkast invoeren vanaf hun smartphone. De gegevens van de weide- en akkervogelbescherming belanden in de landelijke Boerenlandvogelmonitor, die wordt beheerd door LandschappenNL, en de gegevens van de bescherming van de steen- en kerkuil in de Uilenmonitor, onder beheer van Brabants Landschap. Dankzij deze gegevens kan een vinger aan de pols worden gehouden wat betreft de populatieontwikkeling van deze boerenlandvogels en het effect van het beschermingswerk.

De eerste balans over 2018 laat zien dat de Brabantse weide- en akkervogels wederom een zwaar seizoen achter de rug hebben. Met name van de kievit konden veel minder legsels (-450) worden beschermd. Ook bij de scholekster (-40) en grutto (-40) liep het aantal legsels terug. De wulp nam juist ligt toe (+10). In totaal werden ruim 4.300 legsels door vrijwilligers opgespoord en waar nodig beschermd. Hiervan werd bijna 73% succesvol uitgebroed, wat te danken is aan de samenwerking tussen weidevogelbeschermers en boeren. Zoals al langer bekend is, ligt het probleem in de achteruitgang van weidevogels bij de slechte kuikenoverleving en niet bij het nestsucces. Kuikens hebben onvoldoende dekking en voedselmogelijkheden in onze landbouwgebieden. Hierdoor verhongeren ze of vallen ze ten prooi aan roofdieren. Samen met agrarische collectieven wordt er in een aantal gebieden geïnvesteerd in betere kuikenomstandigheden. Dat gebeurt met akkerranden, kruidenrijk grasland en plasdras. In deze regio’s herstellen de weidevogels wel en keren kritische soorten als slobeend, steltkluut en kemphaan weer terug.

Hoewel sommige uilen in 2018 al vroeg begonnen met broeden, kwam halverwege het broedseizoen naar voren dat er ook veel verlate broedsels waren. De extreme droogte kan hierbij een rol gespeeld hebben. Want droogte betekent over het algemeen minder voedsel. Normaal hebben de steenuilen gemiddeld de laatste week mei hun jongen en de kerkuilen ongeveer de eerste week juni. Dat bleek dit jaar niet zo te zijn. Op veel plaatsen bleken de uilen in die maanden juist nog op de eieren te zitten. Ook bij latere controles bleken de resultaten erg wisselend te zijn. Zo waren er veel kleine broedsels maar waren er ook verhalen van werkgroepen die juist grote broedsels hadden. Lokaal grote verschillen dus. Voor de uilen laten de eerste ingevoerde gegevens van de kastcontroles een vergelijkbaar beeld zien als in 2017. Het aantal broedgevallen bij de steenuilen zal ruimschoots boven de 1.000 uit komen en bij de kerkuil zijn dat er vermoedelijk ruim 400.

Aan het einde van dit jaar kan pas de echte balans worden opgemaakt van het beschermingsseizoen. Daarna zullen traditioneel de jaarverslagen opgemaakt worden die verspreid worden onder alle betrokken.

Zelf meedoen
Geïnteresseerd? De meeste groepen zijn op zoek naar meer vrijwilligers. 
Klik hier voor meer informatie en de interactieve kaart met daarop de groepen voor weidevogelbescherming.
Klik hier voor meer informatie en de interactieve kaart met daarop de groepen voor uilenbescherming.

Bekijk alle 7 de foto's

Foto's

Cookie policy

Brabants Landschap gebruikt cookies om bijvoorbeeld de website te verbeteren en te analyseren, voor social media en om ervoor te zorgen dat u relevante advertenties te zien krijgt. Als u meer wilt weten over deze cookies ga dan naar brabantslandschap.nl/cookie-policy. Bij akkoord op deze cookie policy geeft u Brabants Landschap toestemming voor het gebruik van optimale cookies op onze websites. Klik op “Instellingen aanpassen” om uw voorkeuren te wijzigen.

Cookies accepteren Instellingen aanpassen