Nieuws

Uit tellingen in Steenbergen-Noord en de Oude Doorn bij Almkerk blijkt dat bij meer dan 5% agrarisch natuurbeheer, de soortenrijkdom groeit en de aantallen akkervogels stabiel blijven of toenemen. Het Coördinatiepunt Landschapsbeheer coördineert deze tellingen voor Collectief Agrarisch Natuurbeheer West-Brabant.

Gebiedsgerichte aanpak met agrarische collectieven

In 2016 is in ons land gestart met een nieuwe aanpak van het agrarisch natuurbeheer. Van een individuele aanpak per deelnemer is overgestapt naar een gebiedsgerichte aanpak, waarbij op gebiedsniveau met deelnemers gekeken wordt wat nodig is om resultaat te bereiken voor fauna en/of flora. Dit ‘kijken’ wordt gedaan door agrarische collectieven: coöperaties uit de streek waarvan het bestuur wordt gevormd door afgevaardigden van agrarische natuurverenigingen. Een coöperatie heeft gebiedsmedewerkers die ‘de boer op gaan’ om met deelnemers beheercontracten af te sluiten. De gebiedsmedewerkers zijn eigenlijk ‘gebiedsregisseurs’ en zorgen ervoor dat er een goed totaalplan voor een gebied wordt gemaakt.

Leefgebieden en doelsoorten

In het nieuwe agrarisch natuurbeheer wordt gewerkt met leefgebieden en doelsoorten, zoals patrijs, gele kwikstaart, graspieper en veldleeuwerik. Een van de leefgebieden is ‘open akkerlandschap op klei’. Sinds 1960 zijn in ons land van 27 soorten akkervogels de populaties sterk afgenomen. Om de achteruitgang van akkervogels in Noord-Brabant te stoppen wordt door agrarische collectieven in diverse werkgebieden samen met de grondeigenaren een op akkervogels gericht beheer gevoerd.

Steenbergen-Noord: 68 hectare akkervogelbeheer

Twee van de kerngebieden waar aan akkervogelbeheer wordt gewerkt, zijn ‘Steenbergen-Noord’ en ‘Oude Doorn’, gelegen in het werkgebied van Collectief ANB West-Brabant. Steenbergen heeft een oppervlakte van 1.240 hectare en er zijn voor 68 hectare (5,4% van de oppervlakte) beheercontracten met grondeigenaren gemaakt. De belangrijkste beheerpakketten zijn wintervoedselakker, meerjarige vogelakker en patrijzenrand. In een tweede werkgebied ‘Oude Doorn’ (525 hectare) ligt ruim 46 hectare aan beheer (8,9%), met ook patrijzenhagen, bloemenblokken en keverbanken uit het Interreg-project PARTRIDGE.  

Beheermonitoring: meten is weten!

Het doel van het akkervogelbeheer is om de negatieve trend in de ontwikkeling van akkervogel-populaties om te buigen naar een positieve. Om dit te weten te komen wordt  in een aantal akkervogelkerngebieden gemonitord. In het gebied Steenbergen-Noord gebeurt dit al sinds 2011. De eerste jaren werd dit gedaan door medewerkers van Brabants landschap en vanaf 2018 door een enthousiaste groep vrijwilligers. In de Oude Doorn vanaf 2017.
In de winter én in het broedseizoen worden samen met vrijwilligers tellingen uitgevoerd. Er wordt gebruik gemaakt van het protocol Meetnet Agrarische Soorten (MAS), één van de telprojecten van Sovon Vogelonderzoek Nederland (Teunissen, Wiersma, de Jong, Kleyheeg, & Vergeer, 2019). In hoofdlijnen houdt de systematiek van MAS in dat op elk telpunt gedurende tien minuten alle vogels binnen een straal van 300 meter worden geteld en genoteerd. Elke waarneming wordt voorzien van een broedcode en ingevoerd via AviMap. (Teunissen,Wiersma, de Jong, Kleyheeg, & Vergeer, 2019).

Positieve ontwikkelingen

De totale soortenrijkdom is in beide kerngebieden sterk gestegen voor zowel de
winterperiode als de broedperiode. Het aantal territoria van akkervogels is in Steenbergen stabiel gebleven. In de Oude Doorn is daarentegen een lichte toename aan territoria te zien. De
maximale aantallen vogels in de winter laten juist een negatieve trend zien. Maar de aantallen op en rond de maatregelen zijn in alle gevallen veel hoger dan op punten zonder beheer. De terugloop van de aantallen overwinterende vogels zou mogelijk verklaard kunnen worden door de zachte winters die we hebben gehad – akkervogels trekken dan minder naar de gebieden waar maatregelen getroffen zijn - of door onvoldoende zaden in de maatregelen op dat moment. Het laatste wordt nu verbeterd door betere mengsels te gebruiken en meer granen in te zaaien. Het beheerpakket ‘wintervoedselakker’, al dan niet in combinatie met een patrijzenrand en het PARTRIDGE-pakket ‘bloemenblok’, hebben het sterkste effect op de soortenrijkdom in beide periodes van het jaar.

Voor meer informatie zie onderstaande rapportages:
Bekijk alle 7 de foto's

Foto's

Cookie policy

Brabants Landschap gebruikt cookies om bijvoorbeeld de website te verbeteren en te analyseren, voor social media en om ervoor te zorgen dat u relevante advertenties te zien krijgt. Als u meer wilt weten over deze cookies ga dan naar brabantslandschap.nl/cookie-policy. Bij akkoord op deze cookie policy geeft u Brabants Landschap toestemming voor het gebruik van optimale cookies op onze websites. Klik op “Instellingen aanpassen” om uw voorkeuren te wijzigen.

Cookies accepteren Instellingen aanpassen