Nieuws

Op woensdag 19 februari werd in het Provinciehuis de jaaravond vrijwillige weide- en akkervogelbescherming gehouden. Bijna 350 vrijwilligers, boeren en andere betrokkenen waren aanwezig. Traditiegetrouw werd op de prestaties van het afgelopen jaar teruggeblikt en op het komende seizoen vooruitgekeken. De provinciale jaaravond in het Provinciehuis is een belangrijk contactmoment en tevens de aftrap van het beschermingsseizoen 2020.

Jan Baan opende de avond met twee jubilea. Het Coördinatiepunt Landschapsbeheer bij Brabants Landschap bestaat 40 jaar en de weidevogelbescherming alweer 25 jaar. “Het is mooi om te zien dat er nog steeds nieuwe vrijwilligers aansluiten bij ons netwerk en dat hun gemiddelde leeftijd het afgelopen jaar sinds lange tijd weer eens daalde. Maar, hiermee is het de afname van boerenlandvogels nog niet gestopt. Als we de natuur op het boerenland willen behouden, moeten we ten eerste investeren in een gezonde bodem. Daarna volgen de planten, de insecten en de vogels vanzelf. In het project Brabants Bodem gaan we dit bij 50 agrarische bedrijven in de praktijk brengen.”

Jochem Sloothaak en Annette den Hollander blikten terug op de hoogtepunten van 2019. De kievit was wederom de soort die het talrijkst voorkomt. Door het zachte weer in het voorjaar van 2019 begonnen ze veel vroeger met broeden. Met een totaal van 4.415 legsels, werden er in 2019 iets minder legsels van weide- en akkervogels gevonden dan het jaar eerder. Maar, door een hoger uitkomstpercentage (77,8%) zijn er wel meer legsels succesvol uitgebroed. De predatie was vorig jaar laag, waarschijnlijk omdat het goede muizenjaar zorgde voor voldoende basisvoedsel voor roofdieren.
In de vier weidevogelkerngebieden met agrarisch natuurbeheer (ANLb) is het aantal legsels stabiel gebleven. Het uitkomstpercentage was hoog, maar de kuikenoverleving was helaas onvoldoende. Hiervoor is meer biotoopverbetering nodig. In 2019 werden daarom nieuwe plasdrassen voor weidevogels aangelegd. “Met alleen nestbescherming en uitgesteld maaien redden we de grutto niet. Daarom wordt in de kerngebieden voor weidevogels ook geïnvesteerd in kruidenrijk grasland en vernatting”, voegde Jochem eraan toe. Voor de akkervogels werden speciale vogelakkers gerealiseerd. In de akkervogelkerngebieden is uit tellingen gebleken dat bij voldoende oppervlak goed agrarisch natuurbeheer, de aantallen akkervogels stabiel blijven of toenemen en de soortenrijkdom aan akkervogels groeit. In 2019 werd ook de verlenging van het Interreg-project PARTRIDGE goedgekeurd. “We kunnen nu verder met het beheer en de monitoring, zodat we nog beter kunnen laten zien hoe het nieuwe GLB invulling zou moeten geven aan biodiversiteitsdoelen. Aansluitend werd de nieuwe projectfilm afgespeeld.

Dit jaar is uitgeroepen door Vogelbescherming en SOVON tot het ‘Jaar van de Wilde Eend’. Daarom gaf Erik Kleyheeg een interessante lezing over de mysterieuze afname van deze doodgewone vogel. Zijn onderzoek richt zicht op de hele jaarcyclus van de wilde eend. De reden van afname (30% ten opzichte van 1990) zit vermoedelijk in een slechte overleving van kuikens en een scheve verhouding tussen het aantal mannetjes en vrouwtjes. Maar om een beter beeld te krijgen, wordt een oproep gedaan aan de weidevogelvrijwilligers om mee te helpen met tellingen. Als er nesten worden gevonden zet ze dan altijd in de Boerenlandvogelmonitor. Via onze vernieuwde web-app ‘Kuikenteller.org’ kunnen gezinnen van de wilde eend doorgegeven worden.

Marco Renes en Ton Hannink hielden vervolgens een lezing over de ervaringen met de Weidevogeldrone. Er wordt nu 3 jaar mee gevlogen en er is een hoop mis gegaan, maar ook een hoop goed. “Soms zijn de verwachtingen wat hoog bij de weidevogelgroepen waar we komen vliegen, maar als we niets vinden met de drone, is dat eigenlijk ook een goed resultaat. Er kan dan rustig gemaaid worden, zei Marco. Ton gaf mooie voorbeelden van hoe vroeg in de ochtend nesten opsporen en riep tegelijkertijd mensen op om zich aan te melden als drone piloot. Zonder vrijwilligers is dit helaas niet te doen.

Voorzitter Joseph Vos van Brabants Landschap reikte de oorkonde voor het ‘Initiatief van het Jaar’ uit aan Noud Janssen van de Werkgroep Weidevogelbescherming Zuid-Oost Brabant. Noud zet zich al 14 jaar als beschermer in voor zowel weide- en akkervogels als uilen en erfvogels. Jaarlijks investeert hij hier minstens 750 uur in. Afgelopen jaar kwam daar nog zo’n 200 uur extra bij voor het project in het Molenbroek bij Vessem. Hier werd 11 ha opnieuw ingericht voor weidevogels met o.a. een plasdras en een stroomraster tegen predatoren. Het project is een samenwerking tussen Werkgroep Weidevogelbescherming Zuid-Oost Brabant, Landcoöperatie de Kleine Beerze, Waterschap Aa en Maas en Brabants Landschap.

Jochem Sloothaak sloot de avond af met de cursusdata voor nieuwe vrijwilligers en het 25-jarig jubileum van de weide- en akkervogelbescherming in Brabant. Alle weidevogelcoördinatoren die sinds de opstart in 1994 actief zijn geweest, werden voor deze gelegenheid op het podium gevraagd en bedankt voor hun inzet.

Bekijk alle 8 de foto's

Foto's

Cookie policy

Brabants Landschap gebruikt cookies om bijvoorbeeld de website te verbeteren en te analyseren, voor social media en om ervoor te zorgen dat u relevante advertenties te zien krijgt. Als u meer wilt weten over deze cookies ga dan naar brabantslandschap.nl/cookie-policy. Bij akkoord op deze cookie policy geeft u Brabants Landschap toestemming voor het gebruik van optimale cookies op onze websites. Klik op “Instellingen aanpassen” om uw voorkeuren te wijzigen.

Cookies accepteren Instellingen aanpassen