Nr. 202 | Zomer 2019

Het zomernummer van 2019 staat in het teken van biodiversiteit, citizen scientists bij Brabants Landschap, de fuut en het boek over het werk van Anton Schellens.

Biodiversiteitsverlies: de tanende rijkdom van de natuur

Dit voorjaar werden we opgeschrikt door een studie van het VN-platform IPBES* naar het wereldwijd uitsterven van planten en dieren. Ze kwam tot de conclusie dat één miljoen soorten dieren en planten met uitsterven bedreigd worden,  onder meer 40% van de amfibieën, 30% van de koraaldieren en 20% van de zeezoogdieren. Bij zo’n bericht zinkt de moed je in de schoenen. De moderne mens, nog maar 200.000 jaar actief in de honderden miljoenen jaren waarin het leven tot stand kwam, blijkt in staat om in slechts enkele tientallen jaren het leven op aarde te decimeren. Toch klinkt er ook een, zij het zwak, hoopgevend geluid door in het rapport: het is nog niet te laat en we zijn als mensen in staat dit proces te keren; als we tenminste willen. In dit nummer van ons magazine wordt ingegaan op het begrip ‘biodiversiteit’ en de desastreuze menselijke invloed daarop. Vervolgens worden - niet zonder reden - drie ‘citizen scientists’** opgevoerd. Het gaat om mensen die over een periode van tientallen jaren steeds meer kennis opbouwden over de natuur in hun leefomgeving. Gelijk op groeide hun inzet en effectiviteit. En ze motiveren anderen hetzelfde te doen. Hun verhalen stralen vasthoudendheid uit en - ondanks alles - optimisme.

Citizen scientist nr 1: Ray Teixera (1940), Hoogerheide

Ray is geboren in Indonesië en groeide op bij zijn oma in Wassenaar, later bij een oom. Na zijn middelbare school, HBS-B, vertrok hij naar Den Helder voor een driejarige opleiding bij de marine, waarna hij tien jaar actief was als marineofficier. ‘Daarna werd het tijd voor iets anders.’ Hij rondde in 1974 een biologiestudie af in Amsterdam en werd leraar biologie in eerst Eindhoven en later Amsterdam. ‘Omdat ik de leerlingen maar weinig gemotiveerd vond, besloot ik naar iets anders uit te kijken. Ik wilde carrière maken in mijn vakgebied, en zo kwam ik in 1975 uit bij het twee jaar eerder opgerichte Sovon, wat staat voor ‘Samenwerkende Organisaties Vogelonderzoek Nederland’. Ik had ‘vogels’ al als hobby, maar de kennis ervan heeft zich bij mij later ontwikkeld dan bij de meeste andere vogelaars. Pas in mijn studietijd bij de marine werd ik ‘wakker’. In de Donkere Duinen leerde een boswachter mij het verschil tussen het ‘wekkertje’ van de winterkoning en de ‘fietspomp’ van de koolmees, toch heel gewone soorten. Die man zette mij op het spoor en zelf ontwikkelde ik de kennis verder.’

Cookie policy

Brabants Landschap gebruikt cookies om bijvoorbeeld de website te verbeteren en te analyseren, voor social media en om ervoor te zorgen dat u relevante advertenties te zien krijgt. Als u meer wilt weten over deze cookies ga dan naar brabantslandschap.nl/cookie-policy. Bij akkoord op deze cookie policy geeft u Brabants Landschap toestemming voor het gebruik van optimale cookies op onze websites. Klik op “Instellingen aanpassen” om uw voorkeuren te wijzigen.

Cookies accepteren Instellingen aanpassen