Knotten, puur handwerk (deel 2)

Nog even terugkomend op de breiwinkel (zie vorige blog ‘Knotten, puur handwerk’).  Waar waren we ook weer gebleven, oh ja, een beginnetje maken voor ons moeilijke zaagwerk. Als het eerste snoeiwerk, met de tang achter de rug is, ontstaat er wat ruimte en komen de dikke takken enigszins vrij te staan. Soms lukt het zelfs niet met de snoeizaag of tang. Maar dan hebben we nog een troef achter de hand nl. de "draadzaag" !  

Op de verpakking staat: "Bushcraft Commando lightweight wire saw" en dat in de stad van de bakermat met hét Corps. Het is een staaldraadje, voorzien van scherp spul, met aan de uiteinden een lus. Dit draadje óm de erg moeilijk bereikbare tak doen, heen en weer bewegen en vooral zorgen dat het niet klem komt te zitten. Je maatje kan hier bij helpen. Langzamerhand krijg je steeds meer ruimte op de kop. 

De dikkere takken worden goed bereikbaar voor de puntzaag (die met blad 23 = nat, vers hout). Als ze erg lang zijn, kruip je in de kop van de wilg en zaagt de zwaardere takken eerst op borsthoogte af. De ladder is eigenlijk geen werkplek, maar dient om ergens te komen. Voor de veiligheid doe je dit met hulp van een maatje op de grond. Deze draagt natuurlijk  een helm want hij trekt, met een touw, het afgezaagde stuk gelijk uit de boom.

Het is trouwens een ARBO-voorschrift om steeds met twee te werken. Je kunt dan een beetje op elkaar letten. De kreet: "van onderen"! is hierbij erg belangrijk. De mensen ónder de boom moeten zich nl. tijdig in veiligheid kunnen brengen. Vooral de man in de kop is nu extra waakzaam. Tijdens een Natuurwerkdag kreeg  ik eens een opmerking van een meneer die deze kreet, met dames er bij, niet gepast vond. Op de vraag wat moet het dán zijn, kreeg ik als antwoord: .........eh  ....... ja........ bv........ "daar komt ie"! Nou ja, ........ hij moest er zelf om lachen, daarom houden we het maar bij "van onderen". 

Ziezo je kunt nu lekker in de kop gaan staan;  "dé  handwerkplaats"  De zwaardere takken zagen we eerst wat in of we maken een zgn. valkerf, compleet met dak en zool.  Dit wordt gedaan om te voorkomen dat het onderste deel van de tak uitscheurt en zo een stuk kostbare bast meeneemt. We moeten er namelijk  voor zorgen dat er héle stobben op de kop blijven staan. Hierop lopen de slapende knoppen weer uit en houden we mooie, volle pruikenbollen.  U merkt wel, waarde lezer, werken in een oude, waardevolle knotwilg is niet zomaar iets, daar moet je goed bij nadenken.

Als dan het einde van de werkochtend nadert en je kunt je ruim bewegen daarboven... Wow!, dat geeft een heel goed gevoel. Je hebt het hem toch weer maar geflikt om een ouwe knotwilg te verlossen van z'n zware last van ca. 350 kg. Sommigen slaken een zucht van verlichting. Zodoende hou je hem vitaal en zal hij volgend jaar weer mooi uitlopen. Enne....allemaal handwerk, met veel liefde en respect gedaan (da's trouwens het breien van een trui ook) Meestal laten we een deel van het afgezaagde hout liggen voor de volgende keer.  Het "grondpersoneel” kan dan op de werkochtend ook gelijk aan de slag met ruimen, kort zagen en takkenrillen maken.

Cookie policy

Brabants Landschap gebruikt cookies om bijvoorbeeld de website te verbeteren en te analyseren, voor social media en om ervoor te zorgen dat u relevante advertenties te zien krijgt. Als u meer wilt weten over deze cookies ga dan naar brabantslandschap.nl/cookie-policy. Bij akkoord op deze cookie policy geeft u Brabants Landschap toestemming voor het gebruik van optimale cookies op onze websites. Klik op “Instellingen aanpassen” om uw voorkeuren te wijzigen.

Cookies accepteren Instellingen aanpassen