Zwartmèèrel

Het is 9 juli 2016. Om half vijf in de ochtend word ik wakker en hoor de merel in onze tuin zingen. Zijn prachtige territoriumzang in de ochtendschemer, zo laat nog in het seizoen. Mijn vrouw en ik ontdekten afgelopen weken een merelpaartje dat af en aan vloog in de tuin die als oase van groen nogal afwijkt in de ‘urban jungle’ van achtertuinen in onze straat. Eén terreur van overmatige verstening, versiergrassing en de tot in de tuinen opgerukte huiskamergezelligheid van lounge-sets met al zijn bijbehorende openbare luidruchtigheid.

Ergens in de onontwarbare verknooptheid van een doorgeschoten kamperfoelie hoog in takken en twijgen van onze tulpenbomen, bouwden de merels hun nest. Als ze aanvliegen landen ze op het muurtje achter in de tuin en hippen dan van tak tot tak waar ze ergens bovenin in de kluwen van groen hun nest weten.

Ik weet het niet. Ik moet gissen waar exact hun jongen op voedsel wachten. Ik zie wat takken en bladeren bewegen onder het gewicht van de zich verplaatsende vogel en meen wat gepiep van jongen te horen maar ruimtelijk gezien zitten mijn GPS coordinaten in 3D (die uiteraard alleen in mijn hoofd bestaan) toch met een onzuiverheid vanaf pakweg de 7de decimaal. Dit levert een Bermuda-driehoek (hoewel –kubus me hier meer op zijn plaats lijkt) op van minstens een halve kubieke meter niet-weten.

Het is me niet duidelijk waarom de merels aanvliegen zoals ze het doen. Misleiden ze de bij de ‘urban jungle’ behorende grote predatoren, het leger huiskatten dat oprukt vanuit de belendende percelen, door enkele meters van het nest te landen en zich dan in de groene dekking te verplaatsen? Ongeveer zoals ook weidevogels enkele meters van hun nest vandaan landen en dan onzichtbaar tussen het hoge gras door naar hun viertje van peervormige eitjes sluipen. Of maken ze deze omweg omdat de kroon van de tulpenboom, doorvlochten met de lianen van de kamperfoelie van buitenaf zo ondoordringbaar is dat ze gedwongen worden van onderuit door het hart van de boomkruin te hippen? Het is me niet duidelijk.

Gisteren las ik in het NRC een artikel over het grote ‘amselsterben’. In 2012 zijn in delen van Duitsland honderdduizenden merels doodgegaan aan besmetting met het usutu-virus. Naar schatting werd toen een derde van de populatie bij onze oosterburen weggevaagd. Dit virus wordt overgebracht via muggen en is oorspronkelijk afkomstig uit Afrika. In ons land bleef de merelsterfte gelukkig uit. In oktober 2012 werden 70 vers-dode merels onderzocht maar het virus werd hier niet aangetoond. Inmiddels lijkt het virus in Duitsland uitgewoed.  

De merel is met ruim een miljoen paren de meest talrijke broedvogel in ons land. De laatste jaren stabiliseren de aantallen en lijkt er zelfs sprake van lichte afname. Daar is maar één oorzaak voor aan te wijzen: het virus van de vertrutting van de tuinen in onze woonwijken dat zich razendsnel verspreid via tuincentra. Mocht dit ooit verkeerd aflopen voor de merel dan rest ons zijn schitterende zang zoals in 1968 vastgelegd door Sir Paul McCartney in het prachtige nummer ‘Blackbird’. Exact zoals ik hem vanochtend vroeg hoorde.    

Blackbird singing in the dead of night
Take these broken wings and learn to fly
All your life
You were only waiting for this moment to arise

Cookie policy

Brabants Landschap gebruikt cookies om bijvoorbeeld de website te verbeteren en te analyseren, voor social media en om ervoor te zorgen dat u relevante advertenties te zien krijgt. Als u meer wilt weten over deze cookies ga dan naar brabantslandschap.nl/cookie-policy. Bij akkoord op deze cookie policy geeft u Brabants Landschap toestemming voor het gebruik van optimale cookies op onze websites. Klik op “Instellingen aanpassen” om uw voorkeuren te wijzigen.

Cookies accepteren Instellingen aanpassen