De wraak van de blauwe glazenmaker

In september kwam zoon Tom 's avonds rond zessen thuis. Hij had een lift gekregen vanaf Den Bosch en was aan de dijk afgezet, het laatste stuk naar huis had hij gelopen. Bij het avondeten aangeschoven vertelde hij dat hij op het voetpad een hele grote libel had gevonden die bijna dood was. Hij had hem opgepakt en bovenop de lage beukenheg gelegd die langs het pad loopt. Ik was erg blij met Tom's belangstelling en opmerkzaamheid. Mijn levenlange pogen iets van de liefde voor de natuur door te geven, leek zijn vruchten af te werpen. Tegelijk was ik ook nieuwsgierig om welke libel het ging. 

We gingen van tafel en liepen op kousenvoeten naar buiten over het voetpad, op zoek naar de libel. Nog geen 30 meter van ons huis vandaan vonden we het beest terug. Het was een blauwe glazenmaker, Aeschna cyanea, één van de grootste libellensoorten in ons land met een mooi groen-blauw-zwart getekend achterlijf. Kenmerkend voor deze soort zijn bij het mannetje de blauwe banden achteraan het lijf, die als een soort van 'achterlicht' of lantaarntje opvallen. Ons exemplaar was zieltogend. De fragiele vleugels waren hier en daar wat beschadigd, een teken dat het dier al de nodige vlieguren had gemaakt.

We namen hem mee naar huis. Ik had er een dubbel gevoel bij. Enerzijds meende ik dat het arme dier mogelijk geraakt was door een auto en wat groggy was neergestort.. Anderzijds dacht ik, het is september, einde seizoen dus is het een oud afgevlogen exemplaar. Aan alle mooie dingen komt een einde - niet waar - dus ook aan deze prachtige Aeschna. Stiekem dacht ik er bij dat hij, eenmaal dood, prima in mijn collectie zou passen. Een verzameling bestaand uit maar liefst één Gewone oeverlibel en een aantal vlinderverkeersslachtoffers. De poten van onze glazenmaker werkten nog prima en ik hing hem daaraan op in een struikachtige vetplant in de kamer.

Ik gaf hem een druppel water waarvan ik niet het idee kreeg dat hij er iets mee deed. Ik blies op zijn vleugels, en hij liet ze trillen als in een huivering. Een echte doorstart bleef uit. De volgende ochtend was er natuurlijk de kans dat hij driftig vliegend in de huiskamer tegen de ruiten helikopterde om te ontsnappen. Niets was minder waar. Hij hing op dezelfde plek in de vetplant. Het drong tot me door dat ik bezig was met het verlenen van terminale zorg. In een wanhoopspoging probeerde ik om het beest een dode kamervlieg te voeren. Hoe kinderlijk naïef kun je zijn! Het mocht allemaal niet baten.

De volgende dag was het licht letterlijk uit zijn fabelachtig mooie facetogen verdwenen. Het diepe prachtige blauw was een dof zwart geworden. Dat gold ook voor de fantastische kleuren van zijn achterlijf. Hij ligt nu voor me op de computer (ik heb hem even uit het vitrinekastje gehaald). Een zwarte verdroogde verkrampte schaduw van wat eens een schitterende libel was. Hij past niet echt in de verzameling.  

*) Jaap van Diggelen is vrijwilliger en coördinator bij Altenatuur, de natuurbeschermingsvereniging in het Land van Heusden en Altena. Deze werkgroep houdt zich bezig met beheer van natuur en landschap.
               
**) Fotografie: Paul Cools

Cookie policy

Brabants Landschap gebruikt cookies om bijvoorbeeld de website te verbeteren en te analyseren, voor social media en om ervoor te zorgen dat u relevante advertenties te zien krijgt. Als u meer wilt weten over deze cookies ga dan naar brabantslandschap.nl/cookie-policy. Bij akkoord op deze cookie policy geeft u Brabants Landschap toestemming voor het gebruik van optimale cookies op onze websites. Klik op “Instellingen aanpassen” om uw voorkeuren te wijzigen.

Cookies accepteren Instellingen aanpassen