Vandaag, op 5 maart 2026 om 9.05 uur, werd het allereerste Nederlandse kievitsei van 2026 gevonden in Ravenstein. Onze coördinator weide- en akkervogelbescherming Fien Oost ging snel ter plekke met Aad van Paassen (namens LandschappenNL) en Gijs van den Brink (SBNL Natuurfonds) om de versheid van het ei te controleren. Vrijwilliger Geurt Elemans van Weidevogelgroep Ravenstein was degene die het ei vond op een kruidenrijk graslandperceel met daaromheen plasdras. Het ei is waarschijnlijk zelfs afkomstig van precies dezelfde “vroege vogel” als die van vorig jaar, toen op 7 maart op dezelfde plek het eerste ei werd gevonden.
Eerste kievitsei 2026
Ook op omringend bouwland werd al activiteit van kieviten gezien. Zo werden er proefnestjes en buitelende kieviten waargenomen, dus het is een kwestie van tijd voor het overal losbarst.
Op 15 maart gaat op dit perceel officieel het rustseizoen in. Vanaf dat moment worden er geen verstoringen en bewerkingen meer toegestaan en zijn er enkel vogels te zien op het perceel, die er rustig kunnen broeden en hun kuikens groot te brengen. In de winterperiode begrazen mini-pony's het grasland, die er ook vanochtend nog liepen. Omdat Geurt al heel vroeg volop activiteit van de kieviten zag in de combinatie met het zachte weer en de zon, maakte hij zich zorgen over eventuele nesten die door de hoeven van de pony's vertrapt zouden kunnen worden. Om die reden besloot hij om voor de zekerheid toch maar een ronde over het perceel te maken, met als resultaat de vondst van het eerste ei. Nu gaan de pony's gauw van het perceel af en gaat de rusttijd alvast in.
Vroege vogels
De vondst van het ei is weer twee dagen vroeger dan vorig jaar. Dat heeft alles te maken met seizoensomstandigheden: een droge en zachte periode, ook 's nachts komen de temperaturen al ruim niet meer onder het vriespunt. Op het perceel met de pony's wordt er ook gedurende de winter mest achtergelaten, wat voor een rijke bodem en dus veel voedsel voor de kieviten zorgt.
Seizoen in stroomversnelling
Het seizoen lijkt te starten in een stroomversnelling voor vogels en agrariërs, want zij kunnen door de omstandigheden eerder het land op. Het broedseizoen van weidevogels en de werkzaamheden door boeren op akker en weiland lopen in elkaar over. Zonder vrijwillige boerenlandvogelbeschermers zouden de meeste legsels van kieviten onherroepelijk verloren gaan. De meeste kieviten - zo'n 90% - broeden namelijk op reguliere akkers waar géén rustperiode ligt. Zodoende is het van groot belang dat boeren en vrijwilligers elkaar goed weten te vinden gedurende deze kwetsbare broedperiode, om de eieren en straks de kuikens goed te beschermen. Vorig jaar werden er door de 788 vrijwilligers die onze provincie kent 2.674 legsels van de kievit ingevoerd in de boerenlandvogelmonitor. Deze vrijwilligers werken met 1.795 agrariërs samen aan de bescherming van de akker- en weidevogels. Je leest hier meer over in het jaarverslag akker- en weidevogelbescherming 2025.
Aad van Paassen en Gijs van den Brink controleren de versheid van het eerste ei
-
© Brabants Landschap
Vrijwilliger Geurt Elemans vond het eerste landelijke ei van 2026
-
© Brabants Landschap