Natuur dichter bij huis
Wil jij natuur dichtbij huis? Ja, dan kun je van alles doen om de natuur als buur krijgen.
In een kleine tuin kun je door het planten van een vlinderstruik en het hangen van nestkastjes of een klein insectenhotel al iets doen.
Een groter perceel biedt nog veel meer mogelijkheden. Je kunt er een vogelbosje of een boomgaardje aanplanten, een kikkerpoel aanleggen of je kunt in de schuur een nestkast ophangen voor de mysterieuze kerkuil. Het zijn zomaar wat mogelijkheden. Het is wel altijd belangrijk om je te laten inspireren door streekeigen elementen.
Klik op het interactieve modelerf en laat je inspireren!
Heb je een groter perceel in het buitengebied? Dan zijn er wellicht subsidiemogelijkheden om landschapselementen aan te leggen op jouw grond. Wij denken graag mee voor de mogelijkheden op jouw erf en land.
Er zijn allerlei regelingen in onze provincie om het landschap mooier te maken en bovenal te versterken. Klik op de links om meer te lezen over de regelingen. Neem contact op met Groenloket Brabant voor advies over welke regeling eventueel op jouw grond mogelijk is.
Subsidieregeling Stimulering LandschapSubsidieregeling Natuur
Leibomen
Leibomen zijn compacte bomen die horen bij een klassieke boerderij. Door middel van snoei worden ze in bepaalde banen geleid. Vroeger werden ze langs het huis geplant. Met hun dichte constructie zorgen ze voor schaduw en daarmee voor verkoeling in huis.
Type element: leiboom
Wie profiteren: Bijen en hommels zijn gek op leilindes en vruchtleibomen vanwege de bloesem en het fruit dat ze afgeven . Ook zorgen ze voor een betere bodem, maar dat effect is op een erf minimaal.
Waar mogelijk: Vooral bij boerderijen in Brabant werden vroeger veel lindes geplant. Ze horen thuis op net iets rijkere zandbodems. Leilindes zijn uiteraard alleen te planten als u ze ook kunt (laten) snoeien.
Zwaluwplankje
Een klein plankje onder de nok van het huis kan voor een hoop gezelligheid zorgen. Bijkomend voordeel is dat zwaluwen muggen eten. Bent u in voor vrolijk gekwetter?
Type element: nestgelegenheid aan huis of in de tuin
Wie profiteren: Zwaluwen natuurlijk. De zwaluw die in schuren broedt, is de boerenzwaluw. Zwaluwen onder de rand van gebouwen zijn meestal huiszwaluwen. Want die blijven, ondanks hun naam, liever net buiten het huis. Nuttig zijn die beestjes zeker; ze zijn nog effectiever in het verjagen van muggen en vliegen dan een notenboom.
Waar mogelijk: Boerenzwaluwen broeden alleen in schuren/stallen met vee. De huiszwaluw stelt deze eis niet, maar broedt wel graag in het buitengebied of de dorpsrand.
Beukenhaag
De beukenhaag is de favoriete haag van veel mensen. Maar er zijn ook hagen van meidoorn, haagbeuk, liguster en veldesdoorn. Een haag markeert grenzen op het erf. Ze omzomen de siertuin en vormen een prachtige afscheiding van een boomgaardje.
Type element: knip- en scheerhaag
Wie profiteren: Kleine vogels zoals mussen vertoeven er graag in. Ze zijn er veilig voor roofvogels en vinden er ook voedsel. Zo zijn de hagen ook favoriet bij de meikever. Een beukenhaag rondom de hoogstamboomgaard zorgt ervoor dat de fruitbomen uit de wind blijven.
Waar mogelijk: Op en rond het erf als markering tussen de verschillende onderdelen van het erf. Heeft u echter veel ruimte, dan kunt u ook kiezen voor een geschoren haag met daartussen bomen.
Notenboom
Natuurlijk zorgen notenbomen voor noten. Maar – veel belangrijker – ze houden muggen en vliegen weg. Vroeger stond op ieder boerenerf een notenboom. De bomen zorgden voor schaduw op het huis of het terras.
Type element: solitaire boom
Wie profiteren: Notenbomen horen thuis bij het cultuurhistorische landschap. Toch is de meest voorkomende notenboom in Nederland geen inheemse soort. Er zijn ongetwijfeld vogels die profiteren, maar de Okkernoot – in de volksmond ook wel walnoot – is door mensen naar Nederland gebracht. Hij komt hier van nature niet voor, waardoor er maar weinig Nederlandse diersoorten aan de boom zijn aangepast. Wil je dus een notenboom planten, kies dan voor een inheemse variant. Voorbeelden zijn hazelaar en beuk.
Waar mogelijk: Vooral bij boerderijen in Brabant werd vroeger vaak een notenboom geplant. Ze kunnen overal bij bebouwing worden aangeplant. Ze vragen wel om iets rijkere zandbodems.
Bloemenweide
Bloemenweitjes staan, oneerbiedig gezegd, vol met onkruid. Daar zitten dan wel de prachtigste bloemen tussen. Denk aan margriet, rode of witte klaver, en het paarse knoopkruid.
Type element: zaaigoed op gras of akker
Voor wie: Vlinders en allerlei insecten houden van bloemenweitjes. Bruine zandoogjes bijvoorbeeld, of koevinkjes, twee vlindersoorten uit dezelfde familie. Of wat dacht u van de blinde bij, die wel kan zien, maar niet kan steken. Bloemenweides verschillen afhankelijk van het type grond. Zo groeit muskuskaasjeskruid op rijkere grond en zandblauwtje op schrale grond.
Waar mogelijk: Op enigszins zonnige plaatsen, droog of nat.
Bomenrij
Een beetje rij bomen overleeft een generatie. Daarmee vertellen bomen unieke verhalen over je eigen geschiedenis.
Type element: bomengroep of laanstructuur
Wie profiteren: Hangt van de boomsoort en omgeving af, maar dat er geprofiteerd wordt staat vast. Zo kunnen op een zomereik honderden verschillende dieren zitten. Van bontgekleurde vuurwants, tot broedende boompieper, van sluipwesp tot staartmees. Bomenrijen worden daarnaast vaak gebruikt als oriëntatiemiddel door vleermuizen.
Waar mogelijk: Als het past in het landschap, dus vrijwel altijd in het coulisselandschap. Dat is een halfopen landschap met kleine percelen die worden omzoomd door bijvoorbeeld heggen en dus bomenrijen. Zorg wel voor streekeigen boomsoorten die passen bij de omgeving. Zo houden we het Brabantse cultuurlandschap in ere.
Gemengde haag
Gemengde hagen bestaan uit een mengeling van soorten die er tegen kunnen om regelmatig geschoren te worden. Hagen markeren grenzen op het erf. Ze omzomen de siertuin en vormen een prachtige afscheiding van een boomgaardje.
Type element: knip- of scheerhaag
Wie profiteren: Kleine vogels zoals mussen vertoeven graag in hagen. Ze zijn er veilig voor roofvogels en vinden er in bepaalde periodes ook voedsel in de vorm van bessen. De hagen zijn ook favoriet bij de meikever. Deze insecten vormen voor onder andere spreeuwen, mussen en steenuilen een belangrijke voedselbron. In de gemengde haag kun je soorten als kornoelje, meidoorn, kardinaalsmuts, veldesdoorn, vuilboompje en liguster tegenkomen. Door de afwisseling in soorten zijn de hagen minder gevoelig voor plagen en ziektes, en profiteren vogels van verschillende soorten bessen. Een gemengde haag rondom een hoogstamboomgaard zorgt ervoor dat de fruitbomen uit de wind blijven.
Waar mogelijk: Op en rond het erf als markering tussen de verschillende onderdelen van het erf. Heeft u echter veel ruimte, dan kunt u ook kiezen voor een geschoren haag met daartussen bomen.
Hoogstamboomgaard
Ooit kwam al het fruit van hoogstamboomgaarden. Maar met de vraag naar meer fruit werd overgeschakeld naar laagstamfruitbomen die meer produceren en makkelijker te plukken zijn. Zo verdween deze vorm van cultuurhistorie. Je kunt de geschiedenis laten herleven op jouw erf. Dat levert een mooi landschappelijk plaatje op en je krijgt een zeer geschikte graasplek voor het vee.
Type element: bomengroep
Wie profiteren: Dat hangt van de variatie in de omgeving af. Vooral vlinders en broedvogels houden van fruitboomgaarden. Dat zijn algemene vogels, zoals winterkoning en putter, maar ook zeldzame zoals braamsluiper en grauwe vliegenvanger. Ook vlinders met bijzondere namen, zoals gehakkelde aurelia en landkaartje, komen in boomgaarden voor. Zij zitten dan in fruitbomen zoals van appels, peren, zoete kers of pruim.
Waar mogelijk: Hoogstamboomgaarden passen overal bij woningen en boerderijen. In het rivierengebied passen ze daarnaast ook op dijken en hoger gelegen stroomruggen. Voor iedere grondsoort bestaat een geschikt ras.
Houtmijt of musterdmijt
Een houtmijt is een grote berg op elkaar gestapelde takken. Dit is voor jou een handige plaats om snoeihout op te bergen. Voor kleine zoogdieren zijn ze zelfs van levensbelang.
Type element: takkenhoop
Wie profiteren: De ‘geweven’ structuur van een houtmijt vormt een prima schuilgebied voor kleine zoogdieren zoals de wezel. Vogeltjes schuilen ook graag in zulke takkenbossen. Doordat de takken om en om worden gestapeld – ze worden afwisselend in de lengte- en dan weer in de breedteligging gelegd – ontstaan er in de dichte structuur ook enkele holtes die als schuilplaats kunnen dienen.
Houtmijten worden ook wel musterdmijt genoemd. Dit komt van het woord mutsen of moetsen, wat afsnijden betekent. Het zijn dan ook de afgesneden takken van bijvoorbeeld wilgen die samen de musterdmijt vormen.
Waar mogelijk: In de buurt van knotwilgen, houtsingels en andere plaatsen waar snoeihout vrijkomt.
Infoblad over verwerking van snoeihout tot onder ander een musterdmijt
Houtsingel
Een houtsingel is meer dan leverancier van kachelhout. De dichte structuur biedt bescherming aan verschillende kleine zoogdieren en zangvogels. In warme perioden zoekt het vee de schaduw van houtsingels op. Af en toe een hap van de bladeren van de struiken is goed voor hun gezondheid.
Type element: dicht bosje van bomen en struiken
Wie profiteren: Vaak is een houtsingel enkele meters breed. Dat komt doordat er vaak eerst een strook van struiken wordt gezet, dan een strook van bomen, en dan weer een strook met struiken. Omdat ze eens in de zoveel tijd (bijvoorbeeld eenmaal per twaalf jaar) worden afgezet, ontstaat een dichte structuur. Bij het afzetten worden bomen en struiken tot 10 à 20 cm boven de grond afgezaagd. Niet alles wordt tegelijk afgezet, omdat er zo geen beschutting meer is voor vogels. Kleine vogels zoals heggenmus, winterkoning en zwartkop broeden er graag. Ook voor kleine zoogdieren zoals wezel en hermelijn biedt een houtsingel schuilgelegenheid.
Waar mogelijk: Eigenlijk overal in het halfopen landschap. Op vochtige plaatsen met weinig ruimte kunt u beter kiezen voor een elzensingel.
Insectenhotel
Natuurlijk is de honingbij belangrijk voor bestuiving. Maar wist u dat er honderden soorten bijen en wespen zijn die in hun eentje rondzwermen? En dat zij meer bestuivingswerk doen dan honingbijen? Ook die insecten moeten ergens wonen.
Type element: nestgelegenheid aan huis of in de tuin
Wie profiteren: Een insectenhotel is niets anders dan een stukje hout met gaten. Toch zijn met name solitaire bijen heel blij met deze simpele elementen. Zij leggen daarin hun eitjes, wat te herkennen is aan de ‘dichtgemetselde’ gaatjes. Ook jij profiteert hiervan, want bestuiving zorgt voor mooiere bloei. Overigens, solitaire bijen steken bijna nooit.
Waar mogelijk: Past overal in Brabant. Bijvoorbeeld in de tuin, op een zonnige plaats. Er zijn verschillende soorten en maten insectenhotels, zo is er voor iedereen wat te kiezen.
Kerkuilenkast
De kerkuil stond er beroerd voor. Zo’n twintig jaar geleden was de mysterieuze witte verschijning vrijwel uit Brabant verdwenen. Dankzij duizenden nestkasten gaat het nu weer redelijk met de kerkuilenpopulatie in Brabant.
Type element: nestgelegenheid aan huis of in de tuin
Wie profiteren: Dat mag duidelijk zijn, de muis in elk geval niet. Brabantse kerkuilen zijn vrijwel volledig afhankelijk van kunstmatig geplaatste nestgelegenheid. Na het ophangen van een kast krijgt u wellicht bezoek van de geruisloze roofvogel. Door haartjes op hun veren maken kerkuilen namelijk geen geluid tijdens het vliegen. Benieuwd naar mogelijkheden op jouw erf? Bel dan de coördinator van de uilenvrijwilligersgroep bij jou in de buurt. Woon je op een kansrijke plaats voor de kerkuil, dan hangen ze gratis een kast op.
Waar mogelijk: In schuren in heel Brabant met enigszins natuurlijke plaatsen op en rond het erf. In de omgeving moet wel voldoende voedsel (=muis) zijn. Dus in gevarieerde landschappen.
Lees meer over uilenbescherming
Knotbomenrij
Knotwilgen passen perfect in het landschap van Brabant. Ze doen herinneren aan het oud gebruik waarbij het hout werd ingezet voor het maken van klompen of gereedschap. De ‘stoof die met het ‘knotten ontstond, bood ondertussen ruimte aan allerlei vogels.
Type element: bomengroep
Wie profiteren: In de dichte takstructuur van knotwilgen broeden mezen. Vleermuizen gebruiken het als slaapplaats. Als de ‘stoof’ (verdikking bovenaan) een beetje begint in te rotten, bieden de holen die ontstaan plaats aan steenuilen. Knotbomen worden om en om geknot. Hierdoor blijft er nog beschutting over voor de meesjes in de ene boom, terwijl de andere boom geknot wordt en weer een robuustere stoof ontwikkeld. In het jaar erop gaat het dan andersom.
Waar mogelijk: Op vochtige tot natte plaatsen, veelal langs sloten. Behalve wilgen zijn er verschillende andere bomen die geknot kunnen worden, zoals es, zwarte els (beide nat), zomereik en haagbeuk (beide droog).
Muizenruiter
Muizenruiters zijn winterrestaurants voor uilen, vooral tijdens strenge winters. Het principe is simpel: plaats zes stokken, leg daarbinnen een flinke laag stro en strooi er elke week wat graan overheen.
Wie profiteren: In eerste instantie is de muizenruiter bedoeld voor muizen, maar zo’n muizenruiter wordt algauw ontdekt door uilen, torenvalken en buizerds. Voor steenuilen en kerkuilen zijn zulke muizenparadijzen van levensbelang. De muizen die in de muizenruiter verblijven, worden met flink wat gretigheid bejaagd en opgegeten.
Waar mogelijk: In de buurt van een bestaande uilen- of torenvalkenkast.
Poel
Een poel zorgt voor leven. Het is een thuis voor felgekleurde libellen en salamanders, maar ook een plaats om zelf tot rust te komen.
Wie profiteren: Elke poel is een wereld van onderwaterleven op zich. U maakt kans op gewone dieren als bruine- en groene kikkers én op tot de verbeelding sprekende- zoals de alpenwatersalamander. Tegelijkertijd trekt een poel bijzondere insecten aan. Ooit gehoord van de geelgerande watertor? Een echte roofkever, die alleen onder water leeft. Of wat dacht u van een platbuiklibel? Muggen leggen hun eitjes ook in poelen, maar door de veelvoud aan andere roofinsecten is de kans op overlast klein. Kleine hoekjes waar water blijf staan zijn veel vervelender.
Waar mogelijk: Op vochtige tot natte plaatsen in de nabijheid van bosjes en houtsingels. Bij het biologisch evenwicht van een poel horen namelijk ook kikkers en salamanders en die zitten voor een groot deel van het jaar verscholen op het land.
Steenuilenkast
Whuuuhup, whuuuhuup, wiehw, wiehw. Door dat mysterieuze geluid werd de steenuil vroeger doodsroeper genoemd. Zodra je weet wie er achter het geluid zit, is het prachtig om te horen. Helaas roepen ze maar af en toe.
Wie profiteren: Steenuilen hebben veel baat bij biotoopverbetering in combinatie met nestkasten. De jongen blijven namelijk dicht bij hun ouders in de buurt. Dus, als er in de buurt steenuilen zitten, is zo’n kast zowat hun enige kans.
Waar mogelijk: Op een gevarieerd erf in een kleinschalig landschap met veel houtsingels, knotwilgen en hoekjes waar insecten en muizen zitten. De steenuil verzamelt zijn voedsel binnen een straal van 200 meter rond zijn broedplaats. Een lokale uilenwerkgroep vertelt u graag wat u kunt doen om de steenuil thuis te krijgen.
Struweelhaag
Een struweelhaag zit vol verrassend leven. Vogels, vlinders, vleermuizen, u kunt zich geen mooiere schutting wensen.
Wie profiteren: Afhankelijk van de struiksoorten komen er allerlei dieren op af. Onder hen in elk geval vlinders zoals het bruin zandoogje en atalanta.
Waar mogelijk: Eigenlijk overal in het halfopen landschap. Afhankelijk van de bodem is de ene soort geschikter dan de andere. De meest gebruikte soorten voor een doornige struweelhaag zijn meidoorn, sleedoorn en diverse inheemse rozensoorten. Ook een struikenhaag met andere niet-doornige struiksoorten zoals vuilboom (beste bijenplant), hazelaar en lijsterbes is mogelijk.
http://www.youtube.com/watch?feature=player_embedded&v=36qafA6H-Pg
Vogelbosje
Een bosje van mei- of sleedoorn kleurt in het voorjaar prachtig wit en vraagt nauwelijks ruimte en onderhoud. Toch zijn kleine zangvogels maar wat blij met die extra veiligheid.
Wie profiteren: Door hun dichte structuur zijn vogelbosjes een veilige haven voor kleine zangvogeltjes. Rovers zoals de sperwer kunnen hier lastig een aanval voorbereiden. Profiterende vogeltjes zijn bijvoorbeeld groenlingen, grasmussen, of misschien zelfs een braamsluiper. Naast vogels profiteren ook kleine zoogdieren zoals wezel en hermelijn. Zelfs sperwers zijn uiteindelijk beter af met vogelbosjes, want zonder vogelbosje was er überhaupt veel minder om op te jagen.
Waar mogelijk: Eigenlijk overal in het halfopen landschap. Afhankelijk van de bodem is de ene soort geschikter dan de andere. De meest gebruikte soorten zijn meidoorn, sleedoorn en diverse inheemse rozensoorten.
Samen bouwen aan het cultuurlandschap
-
© Samen voor biodiversiteit